Grimlachjes gemeentebelangen leeuwarden Gijs Jacobse
Grimlachjes

Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes
Grimlachjes

archief  2015

Dag 2015



Terugkijken op de Leeuwarder Politiek in 2015 en daar de belangrijkste dingen uithalen is niet ieder jaar even makkelijk. Het was met name een uitvoeringsjaar van het in 2014 gesloten coalitieakkoord van PvdA, CDA en GroenLinks. Een aantal zaken vallen, zo terugkijkend, een beetje op.


De PvdA is, wellicht onder druk van de beroerde peilingen als gevolg van het gesteunde kabinetsbeleid, bezig zich lokaal nadrukkelijk als linkse partij te profileren. Dat lijdt regelmatig tot wedstrijdjes links ver-plassen met GroenLinks en Verenigd Links. Het leidt ook tot een weer meer dogmatische koers. Het leidt ook tot een vlucht naar voren. Nu allerlei leuke dingen doen, scoren, en minder leuke dingen, zoals wie gaat het betalen, naar later doorschuiven.

Deze dogmatische opstelling leidt ook tot confrontaties met het college waarbij in vrijwel alle gevallen het college bakzeil haalt. Het zegt iets over de kracht van de PvdA, maar uiteraard ook iets over de kracht van het college.

Uiteraard leidt dit opschuiven van de lokale PvdA naar links tot spanningen met coalitiegenoot CDA. Die ziet, af en toe wat blaffend of grommend, toe hoe het coalitieakkoord door de PvdA selectief en naar links wordt uitgevoerd. Er is overigens niemand in de raad die geloofd dat het CDA haar wethouders uit het college zal terugtrekken als het CDA-gedeelte van het akkoord niet wordt uitgevoerd.


In een terugblik kan ik uiteraard ook niet om het vluchtelingenprobleem heen. In Leeuwarden heeft de opvang tot nog toe niet tot grote protesten geleid. Ik vraag me wel af of dit komt doordat er geen protest is of dat de sociale druk in Friesland nog zo groot is dat dit protest niet geuit wordt. Met andere woorden borrelt het flink in de vulkaan maar is daar aan de buitenkant nog niets van te zien. Niemand kan ook nog voorspellen wat er gebeurd als deze vluchtelingen zich melden op de woonmarkt en arbeidsmarkt en daar gaan concurreren met burgers die al jaren op een betaalbare woning en/of werk wachten. Het beperken van de vluchtelingenstroom moet, gelet op de spankracht van ons land, nationaal prioriteit nr 1 zijn. Een kruik, ook van acceptatie en gastvrijheid, gaat zolang te water tot hij barst.


Het jaar 2015 was ook het jaar waarin de bezuinigingen weer meer en meer zichtbaar werden. Veel betaalde arbeid verdween doordat de overheid “terugtrad”. Het werk wat er natuurlijk wel bleef moet maar gedaan worden door mantelzorgers, vrijwilligers en de ontslagen mensen, maar nu zonder salaris natuurlijk (in het kader van werkervaring). Oneerlijke concurrentie ligt op de loer en is hier en daar zichtbaar. Maar ja, als je wilt dat al het werk gedaan blijft worden maar daarvoor niet meer wilt betalen moet je truckjes toepassen natuurlijk.


2015 was tenslotte het jaar van de evaluatie van de nieuwe werkwijze van de gemeenteraad.

De beoogde doelstellingen, meer gewone burgers betrekken en minder vergaderen, zijn niet gehaald. De werkwijze is wel veel duurder. Hoewel er uiteraard ook goede kanten aan zitten vind ik dat de kwaliteit van de besluitvorming, en daar zou het om moeten gaan (en niet om de show) er niet beter op geworden. Overigens gaan we wel op de ingeslagen weg door. Maar dat verbaasd me weer niet.


Er was toch nog weer alle reden om grimlachend op 2015 terug te zien.


Even een vlekje wegwerken door een faillissement


V&D, een fenomeen voor velen, dreigt om te vallen. Wat is er aan de hand in winkelland? Zonder enige twijfel is het veranderd koopgedrag (de opkomst van kopen via internet) een belangrijke factor. Bij de komst van het Nieuw Zaailand (de winkelslurf) zei mijn partij al dat men bij de inschatting van de gevolgen voor de rest van de winkels in de binnenstad volstrekt voorbij ging aan deze ontwikkeling (en aan het feit dat er al veel te veel winkels in Leeuwarden waren in relatie tot het aantal inwoners en het besteedbaar inkomen). Toch heb ik bij V&D ook andere vragen. Wat is de rol van de investeringsmaatschappij die V&D in zijn greep hield. Investeringsmaatschappijen hebben vaak als doel op zo kort mogelijk termijn zoveel mogelijk geld uit het bedrijf te halen, het bedrijf vol te stoppen met geleend geld om vervolgens, al dan niet in deeltjes, weer te verkopen of failliet te laten gaan. Soms koopt dan een aan de investeerder verwante BV de goede deeltjes weer op, uiteraard zonder de schulden en vaste contracten en zonder personeel. Een faillissement is soms voor zo’n investeerder aantrekkelijker dan een reorganisatie. Reorganisaties kosten tijd en geld (bijvoorbeeld voor een sociaal plan voor personeel dat moet vertrekken). Door een faillissement kan men hetgeen men wil behouden vaak behouden en hetgeen men kwijt wil, kwijtraken.

Veel leveranciers, de overheid, banken, personeel betalen de rekening. Uiteindelijk u en ik dus.

Maar ja. Blijkbaar willen we dat met elkaar. Dat is immers de vrije markt, goed ondernemerschap(!) En daar zijn we immers zo blij mee.


Geweld loont


De aanslagen in Parijs wijzen ons weer eens met de neus op het feit dat vrijwel alle ideologieën in de wereld met geweld zijn ( en nog steeds worden) verspreidt. Ondanks het feit dat Christus zelf geweld afwees hebben velen in zijn naam het christendom met harde hand aan niet christenen opgelegd. Mohammed wees het geweld niet af, en ook van zijn volgelingen waren en zijn er velen die de islam met geweld aan ongelovigen willen opleggen. In veel gevallen zijn het de heersers die één ideologie in hun land willen (opleggen). Meerdere ideologieën binnen een staat leidt tot interne onrust en maakt het lastig om wetten (normen) op te leggen op grond van door ieder gedragen waarden (ideologie). We zien daar vandaag de dag helaas ook vele (bloedige) voorbeelden van.

In eigen land wordt in vele geschiedenisboekjes gezwegen over de wijze waarop het protestantisme is opgekomen in ons land. Vele denken dat de meerderheid van de bevolking uit eigen beweging en vrijwillig afzag van het katholicisme en overstapte naar de protestantste leer. In werkelijkheid was het een kleine, fanatieke groep, die onder dreiging van geweld, mensen “overhaalde”.

In Rusland en China werd men onder druk van een kleine groep die geweld niet schuwde communistisch/socialistisch. Als Hitler zich niet vergaloppeerd had en zich tot de grenzen van Europa beperkt had, waren we nu wellicht nog onder de dreiging van geweld door de Nazi’s nationaal socialist. Onder druk van geweld, of om de lieve vrede te bewaren, zijn mensen bereid veel, heel veel, opzij te zetten. Dat moet ons te denken geven!

Nederlanders zijn sowieso niet erg principieel, en erg pacifistisch. Principieel is al gauw rechts en dogmatisch en geld uitgeven aan defensie hebben we door de eeuwen heen nooit gewild. Het opkomen voor principes en zo nodig daar het conflict voor aan gaan is trouwens ook niet goed voor de handel is de gedachte. Iedereen paaien en met iedereen zaken doen is handiger. In de jaren zeventig zetten Europa de deuren wijd open voor de Arabieren onder druk van aanslagen en de dreiging met een olieboycot.

De geschiedenis geeft aan dat geweld, of het dreigen met geweld, meestal loont. De grote vraag is of we in deze tijd iets met die kennis willen doen. Of kiezen we er ook nu voor om, onder het mom van “maar dit is - of dit keer gaat het - anders”,  van de geschiedenis niets te leren.



Psy-Fi  vraagt teveel


Als er bij de buren een feestje gegeven werd dat wat luider of later was, en waarvan verwacht werd dat we daar wellicht “overlast” van zouden kunnen ervaren, dan werd dat van te voren gemeld en dan onderging je dat als “goede buren”, want andersom gebeurde dat ook.  In een woonwijk komt het voor dat je wel eens last van elkaar hebt. Echter op het moment dat het ieder weekend, of meerder dagen achter elkaar feest zou zijn bij de buren zou je zeggen; Ja , dit is wel een woonwijk, huur ergens een zaaltje dat als feestlocatie meer geschikt is, want dit is te gortig. Ik moet ook een keer kunnen slapen.  Waar de grens van de goede buur ligt is niet strak geformuleerd. Vaak wordt het pas duidelijk wanneer die grens wordt overschreden.

Het zal ook duidelijk zijn dat iemand die in de binnenstad gaat wonen meer moet accepteren dan mensen in een buitenwijk. Mensen die in de binnenstad gaan wonen weten dat daar meer “leven” is, ook ’s avonds en ’s nachts, en hebben dat bij de keuze van die woning, impliciet, aanvaard.

Deze jaren zijn festivals helemaal “hot”. Liefst meerdaagse festivals in de open lucht waarbij je in een tentje de uren waarop er geen activiteit is kunt “bijkomen”.  Ook commercieel is het booming business.  Het concept kent in een (dichtbevolkt)  land als Nederland echter een aantal problemen.  Het grootste probleem is dat het in de open lucht plaatsvind en het tweede probleem is dat het vaak Luid en Laat en Lang moet.

Het eerste probleem (open lucht) heeft vooral complicaties bij de grote hoeveelheden mensen (en de voorzieningen die daarvoor moeten worden aangelegd)  en het gedrag van de bezoekers.

Een kerstconcert van het Leger des Heils in de open lucht zal wellicht anders verlopen dan een hardrock optreden van een band. Met alle gevolgen voor het ervaren van overlast door omwonenden. Het tweede probleem;  Luid, Laat en Lang, betekent dat ook mensen overlast ervaren die van de problemen op de locatie zelf geen last hebben.

Goed uitgangspunt is het gezegde dat het recht van de een ophoudt waar het recht van de ander wordt aangetast. Nu is dat mooi gezegd maar niet concreet genoeg. Het blijft dus gaan om de vraag wat redelijk is. Wanneer houdt het goede buren zijn op?

Een dorpsfeest zal in het dorp zelf wellicht enige geluidsoverlast opleveren en wordt meestal op twee, hoogstens 3 dagen per jaar gehouden. Lang van te voren bekend. Wie daar niet mee geconfronteerd wil worden kan dus maatregelen nemen. Buiten het dorp mag men er eigenlijk geen last meer van hebben. In het zuiden gaat het met carnaval eigenlijk net zo.

In mijn beleving is in ons land dus redelijk geaccepteerd dat je één maal per jaar overlast gedurende twee (hooguit drie) dagen accepteert, mits het geluid de eigen wijk niet (of nauwelijks) overstijgt.


Festivals als Psy-Fi voldoen niet aan die criteria, en willen of kunnen maakt daarbij in wezen geen verschil. Het is niet mogelijk gebleken de tijd te beperken en het geluid te omgrenzen. Het is m.i. dan niet redelijk van burgers te vragen om een dergelijke vorm van overlast te tolereren om een aantal andere mensen  (en ondernemingen) te faciliteren. In de binnenstad kent men een aantal dagen waarop er sprake van overlast mag zijn. Buiten de binnenstad zou dat eigenlijk niet moeten worden toegestaan, anders dan wat ik noemde voor wijk- en dorpsfeesten. Als men meerdere dagen uit zijn dak wil gaan tot in de late uurtjes met versterkte muziek moet men dat binnen doen in daarvoor speciaal gemaakte lokaliteiten.



Vandaag het hosanna, morgen het kruisigt hem?


Het is hartverwarmend om te ervaren hoe mensen hun hart en land open willen stellen voor vluchtelingen naar aanleiding van de foto van het ontzielde lichaam van een klein vluchtelingenjongetje.  Minder hartverwarmend is de constatering dat de duizenden vluchtelingen die eerder hun vlucht met de dood moesten bekopen dat effect niet hadden. Wat een foto en de media vermogen te doen. Of anders gezegd; Geef het asielzoekersprobleem een gezicht en het wordt anders.  Die anderen moeten weg, maar deze, die we kennen, die moet uiteraard kunnen blijven. Het gezegde onbekend maakt onbemind in zeer wrange zin.

Voor beleidsmakers en politici is het vluchtelingenprobleem nog veel lastiger omdat een groot deel van de burgers die nu het “Hosanna welkom “roepen straks het Wilde(rs) “kruisigt hen” zullen roepen op het moment dat ze geconfronteerd  worden met de gevolgen voor hunzelf op de, toch al gespannen, woningmarkt, arbeidsmarkt en het beroep op de, door forse bezuinigingen al versoberde, sociale zekerheid, medische sector en welzijnssector toeneemt en de (lege) kerken worden omgebouwd tot moskeeën. Het is daarom goed dat zowel van de kant van de burgemeesters van de grote steden, waaronder vele PvdA prominenten zoals onze burgemeester Crone, als van SGP leider van der Staaij, je zou dus kunnen zeggen van politiek links tot rechts, wordt opgeroepen het hoofd enigszins koel te houden en de gevolgen van keuzes niet uit het oog te verliezen.

Hoewel het, met de schokkende beelden op het netvlies,  wat harteloos overkomt; voorkomen moet worden dat we gaan dweilen en de kraan vergeten dicht te doen, of nog erger, wijder openzetten. Voorkomen moet worden dat we op korte termijn een probleem oplossen door op termijn een probleem te veroorzaken.



Afscheid  van een fenomeen.


Reitze Ketellapper is niet meer. De grote roerganger van Gemeentebelangen Leeuwarderadeel overleed na een tijd van afnemende gezondheid. Ruim 20 jaar heb ik met hem mogen samenwerken.


Min of meer tegelijkertijd richtte Reitze Ketellapper Gemeentebelangen Leeuwarderadeel, Willem Roersma Gemeentebelangen Menaldumadeel en ik de Nieuwe Leeuwarder Partij op. En zeker ook in die beginfase hadden we veel aan elkaar en aan de toenmalige Federatie Gemeentebelangen Friesland waarin Folkert Cuperus van Gemeentebelangen Franekeradeel de centrale figuur was.

We leerden van elkaar, kochten gezamenlijk campagnemateriaal in, en ondersteunden en faciliteerden elkaar. Dankbaar heb ik vele malen gebruik gemaakt van de kontakten die Reitze had bij veel bedrijven en onze campagnecaravan stond natuurlijk bij Reitze op de zaak.

Ook de financiering was toen nog simpel. We betaalden immers alles zelf, want de partij had (nog) geen geld. Om de tafel zittend was het dan; we gaan dat doen en jij betaalt zoveel en ik betaal zoveel. Een man een man een woord een woord. Inhoudelijk waren de partijen echter volstrekt verschillend. Zo deden Gemeentebelangen Leeuwarderadeel en Menaldumadeel wel mee met de politiek poot van de Federatie Gemeentebelangen Friesland (die poot deed mee aan de verkiezingen voor provinciale staten) en de NLP niet. Dat heeft de onderlinge verhoudingen echter nooit verstoord.

Reitze belde regelmatig over zaken van belang die in de gemeenteraad van Leeuwarden speelde zoals het Project Nieuw Zaailand en CH2018. En dan kon je er maar voor gaan zitten, want dat waren lange gesprekken. Ook na het raadsdebat belde hij je om te zeggen wat hij van je optreden vond.

Reitze stond pal voor “zijn” gemeente en de mensen in die gemeente.  Nog maar een paar weken geleden trof ik hem, naar nu blijkt voor het laatst, bij de bijeenkomst over de gemeentelijke herindeling in het stadhuis van Leeuwarden; vragen stellend over hoe het straks kwam met de voorzieningen in Leeuwarderadeel als die opgegaan was in de nieuwe gemeente.


Reitze nam geen blad voor de mond. Maar in Reitze klopte, na zijn zwaar hartinfarct ook letterlijk, een klein maar warm hart.



Centrale Bibliotheek centraal?


Het college heeft nu definitief gekozen om de (centrale) bibliotheek te verplaatsen van “De Beurs” naar “De Blokhuispoort”. Verrassend was dat niet omdat het college bij de plannen voor de ontwikkeling van de Blokhuispoort al min of meer was uitgegaan van die overgaan. Roept wel de vraag op wat er nu centraal heeft gestaan; een zo optimaal mogelijk functionerende bibliotheek of de ontwikkeling van de Blokhuispoort. We zullen het waarschijnlijk nooit weten. Wat in ieder geval niet centraal heeft gestaan is het gevolg voor de economische positie van de binnenstad. De Beurs ligt zo dicht tegen het kernwinkelgebied dat iemand die naar de bibliotheek gaat al gauw even het kernwinkelgebied bezoekt. Andersom is dat ook zo. Er trad wederzijds versterking op.

Grote vraag is of de Blokhuispoort daarvoor net niet te ver en te solitair gelegen is ten opzichte van het kernwinkelgebied. Mijn voorkeur had daarom ook nadrukkelijk gelegen bij het handhaven van de bibliotheek in het kernwinkelgebied. Echter dat is volgens het  college niet betaalbaar.

Het zal niemand verbazen dat de locatie Blokhuispoort als beste uit de test kwam en precies binnen het financiële kader past. En, ik zeg het maar eerlijk, de jaarlijks terugkerende kosten voor de  gemeenschap mogen best een rol meespelen en staan wellicht ook wel centraal.

Na het proces van inspraak en debat zullen we nog voor het zomerreces weten of de gemeenteraad nog roet in het eten gaat gooien. Wat opvalt is dat er weinig gesproken wordt over de inhoud en functie van een toekomstige bibliotheek. De bibliotheek zelf staat niet in het debat  in ieder geval nog niet centraal.



Cambuur niet meer in Cambuur.


Het bestuur van BVO Cambuur wil een nieuw, groter en moderner, stadion bouwen aan de westkant van de stad, in de nabijheid van het WTC-complex.  Om mee te kunnen blijven spelen in de eredivisie moet de capaciteit omhoog en moeten de faciliteiten voor bezoekers en sponsoren verbeterd worden. We hebben interessante presentaties gezien van “voetbaldeskundigen” die op wetenschappelijke wijze de relatie tussen de “omzet” van de club en de plaats op de ranglijsten aantonen. Cambuur speelt op dit moment beter dan op grond van zijn omzet verwacht mag worden, maar als je de goede spelers niet kunt “vasthouden” op financiële gronden, dan zak je vanzelf weer terug naar de plaats waar je op grond van de wetenschap hoort te staan aldus de deskundige.

Zoals bekend ben ik nauw betrokken geweest bij de “redding” van BVO Cambuur enige jaren terug en dat was niet omdat ik een voetballiefhebber ben maar omdat ik vond en vind dat bij een gemeente als Leeuwarden een BVO als Cambuur hoort.

Bij de bouw van een stadion is de rol van de gemeente maar zeer beperkt. De gemeente investeert niet. De gemeente moet alleen bekijken of ze bereid is planologisch medewerking te verlenen. Immers er zal vrijwel altijd een aanpassing van het bestemmingsplan  van het beoogde gebied nodig zijn.  Om de bouw van een nieuw stadion voor Cambuur financieel behapbaar te houden moeten er onder het plan een aantal commerciële kostendragers zitten. In het project moeten de bouw van kantoren, winkels of appartementen er voor zorgen dat de kosten voor Cambuur beperkt blijven.

Daar zit nu het probleem. Er zijn al veel te veel kantoren, er zijn al veel te veel winkels en er zijn plannen voor veel te veel woningen. Het toestaan van bouw door de investeerder van het totale complex mag geen al te grote negatieve gevolgen hebben elders in de gemeente. Vooral de binnenstad moet beschermd worden tegen teveel initiatieven in de periferie.

Het zal nog een hele puzzel worden om een plan  te ontwikkelen dat en voor de investeerder aantrekkelijk is, voor Cambuur aantrekkelijk is, en voor de gemeente aanvaardbaar is.



Prins Hendrik Brug.


Moet de Prins Hendrik brug, de brug tussen het NS station en de binnenstad, beweegbaar worden?

Een groep burgers heeft via een zogenaamd burgerinitiatief de gemeenteraad gevraagd daar actie toe te ondernemen. De groep burgers is m.n. afkomstig uit kringen van de Museumhaven en wil dat vooral omdat daarmee die haven beter bereikbaar is voor grote oude schepen. Anderen zien kansen voor de recreatieve vaart. Weer anderen zien kansen om de historische fout uit het verleden te herstellen. De Prins Hendrik brug was namelijk beweegbaar maar is “vast” en breder gemaakt als gevolg van de (nooit verder uitgevoerde) plannen om een weg dwars door de binnenstad zuid-noord aan te leggen. Naast voordelen zijn er ook de nadelen en knelpunten. Voor een recreatieve route door de stadsgracht moet er nogal wat achterstallig onderhoud en aanpassingen ook op andere plaatsen gebeuren. Daar hangt een fors prijskaartje aan. Een toename van de vaarbewegingen mag ook de binnenstad niet beperken doordat ze minder bereikbaar wordt door steeds openstaande bruggen. Tot slot is niet duidelijk wat nu precies de economische gevolgen zijn.

Voor nu is vooral het kostenplaatje de beperking. Op dit moment is het geld er gewoon niet voor.

Het is echter bestuurlijk niet onverstandig om een paar projecten “op de plank te hebben liggen” voor als er plotseling weer een of andere subsidie- of stimuleringsmaatregel komt waarvoor je snel een uitvoerbaar plan moet inleveren.  In dat kader ben ik bereid om een onderzoek naar de economische voordelen en natuurlijk de kosten te steunen. Als het onderzoek oplevert dat het de moeite waard is, dan kan het alleen uitgevoerd worden met aanzienlijke bijdragen van derden.



Koopzondag


Nog maar nauwelijks is de inkt van het besluit over het aantal koopzondagen in Leeuwarden opgedroogd. Een besluit dat uiteindelijk een breed gedragen compromis was is voor een aantal vooral landelijke ketens niet acceptabel en zij blijven hameren op het geheel vrijgeven van de winkeltijden. En met succes, want het college stelt nu voor om dat ook dan maar te doen.

Het lijkt wel of het belangrijkste argument is “de winkeliers zoeken het zelf maar uit… vrijheid, )blijheid. Voor een in meerderheid socialistisch college een wel heel liberaal standpunt.

Nu had ik ook grote moeite met het “compromisbesluit”. Ik heb het altijd uiterst vreemd gevonden dat supermarkten wel alle zondagen open mochten. Ik kan niet uitleggen waarom  je op zondag wel bij de AH warme vers gebakken broodjes kunt kopen en bij de bakker niet. De enige reden waarom ik het compromis aanvaardbaar vond was omdat het een compromis was waarmee de meeste winkeliers zelf konden leven. Mijn tegenstand voor het openen van winkels op zondagen zijn van tweeërlei aard. Ten eerste de verdere stap naar een 24-uurs economie. Waarom bijvoorbeeld kan ik op zondag geen paspoort “kopen” bij de gemeente? Moet de gemeente dan ook open op zondag? Ik zou dat wel consequent vinden. Makelaars? Notarissen? Banken? En als al die mensen moeten werken moet er ook voor kinderopvang gezorgd worden. Dus moeten de kinderopvangcentra en scholen ook open! En ga zo maar door?

Het tweede argument is omdat je de spoeling alleen maar dunner maakt. De koopkracht neemt niet toe, men bestelt meer op internet en het aantal uren dat winkels open zijn wordt groter. Minder omzet per uur is het gevolg. Waar arbeid verreweg de grootste kostenpost is betekend dit dat er arbeid verdwijnt.  De grote warenhuizen en winkels waar je nog 1 of 2 kassamedewerkers hebt  blijven overeind maar de zaken waarbij persoonlijke service een belangrijke rol speelt ( en die relatief veel werkgelegenheid opleveren) leggen het loodje. Dat die (kleinere) zaken juist vaak lokale ondernemers zijn die lokale kleur geven aan het overigens gelijke straatbeeld van steden met landelijke ketens speelt daarbij ook. Het tast de aantrekkelijkheid uiteindelijk aan. Het aanbod verschraald.

De winkels moeten open omdat mensen zich op zondag vervelen. Als dat de oorzaak is, moet je daar wat aan doen. Ik ben niet tegen “leven” op zondag. Maar juist voorstander van `leven` op zondag. Even een ander leven dan het leven de rest van de week.